(13 maanden mama)

Al eerder schreef ik over trauma’s. Wie heeft ze niet? Ik bijvoorbeeld, mocht nooit snoepjes aannemen van vreemde mannen. Dus zei ik keurig ‘nee’ tegen alle heerlijke marsen en raiders (twixen) die zij uit hun regenjassen toverden, om thuis weer op droog brood te moeten kauwen. Ben ik nooit meer overheen gekomen. Ik hield er een hardnekkige chocoverslaving aan over.

Ik zie ze wel vaker, mensen die als kind iets hebben gemist.

Neem de pubers die eigenlijk nog steeds niet zonder speentje, doekje of knuffeltje kunnen. Te herkennen aan een eeuwige lolly, een peuk in de mondhoek, of gewoon aan een uitgekauwd speentje, doekje of knuffeltje. Als ik die zie, dan weet ik meteen: ah, de tiet gemist. Ocharme jongvolwassenen, had je mama je maar haar blozende moederboezem aangeboden. Je zult er de rest van je leven naar blijven zoeken. Eigenlijk moet dit type direct weer aan de borst, om zijn gemis bij te tanken.

Of de volwassen vent met onstilbare huidhonger. Die tref je wel eens bij speeltuintjes, de regenjas vol met marsen en twixen, op zoek naar een liefkozing. Maar je hebt er ook die het creatiever oplossen, ouwe chagrijnen die op straat ‘free hugs’ aan wildvreemden uitdelen, zoals Jan Mulder. Als ik die zie, dan weet ik meteen: ah, huid-op-huid contact gemist. Ocharme kerel, had je mama je maar op haar mollige moederbuik gebonden. Met meer geluk had ze je in een doek door weer en wind de wereld rond gedragen, maar waarschijnlijk lag je ongehoord te huilen in de box, buggy of voorraadkast. Eigenlijk moet dit type direct de straat op, om ‘free hugs’ uit te delen.

Of de dikzakkerige tafelgenoot die niet binnen de lijntjes kan eten. Meestal dezelfde die de vliesjes van zijn erwtjes met een vies gezicht uitspuugt. Als ik die zie, dan weet ik meteen: ah, de rapley-methode gemist. Ocharme dikzak, had je mama je maar flinke vuisten vers fruit gevoerd. Eigenlijk moet je met dit type vooral niet uit eten, om gênante momenten te vermijden.

Voor mij is het te laat. Net als voor de puber, de kerel en de dikzak. Maar gelukkig is er nu natuurlijk ouderschap. Als jonge moedertjes hun eigen jeugdtraumaatjes nu eens opzij zouden zetten en hun baby’s volgens natuurlijk ouderschap op zouden voeden, zou de wereld er een stuk vriendelijker, gezonder en, eh, smakelijker uitzien.

Mijn ervaring is natuurlijk maar mijn ervaring. Wie wetenschappelijk onderzoek zoekt, leest Jean Liedloff. En wie meer van mijn ervaringen met natuurlijk ouderschap wil lezen, klikt hier.

Hier lees je ‘Natuurlijk ouderschap, deel 1’.