(15,5 maanden mama)

Een traan kriebelt op mijn neusvleugel en dreigt er vanaf te druppen. Hij zit daar met een reden of wat.
Hij zit daar vanwege mijn ogen. De ogen die zo graag dicht willen, maar vannacht open bleven voor de nieuwe kiesjes, de keelpijn en ander leed van Luka.
Hij zit daar vanwege mijn hoofd. Het hoofd dat bonkt van de dreun die ik net kreeg van twee onhandige dreumeshandjes.
Hij zit daar vanwege mijn oren. De oren die tuteren van de drukte en verlangen naar stilte.
Een minuut stilte.
Hij zit daar vanwege mijn verdriet. Als een verkenner van het verstopte verdriet, de duizenden tranen die maar niet naar buiten durven te komen.
De traan rolt van mijn neus en plonst op Luka’s wang. Luka lacht. Ik lach mee.
Laat het verdriet maar wachten.

Lees ook ‘Opa is weg’.