Toen:
Toen we nog zorg- en kinderloos waren, wisten we zeker dat we niet zoals andere vaders en moeders zouden worden. We zouden bijvoorbeeld, kinderen of geen kinderen, altijd nachten blijven stappen.

We hielden van een drankje. En een sigaretje. En nog een en nog een. De sigaretten waren nog voor de zwangerschapstest de deur uit, maar wij zouden ook na mijn zwangerschap zelf nog vaak de deur uit. Tot laat in de kroeg, zoals wij dat altijd al deden. We zagen dat vrienden met kinderen liever met een dvd’tje op de bank kropen (of liever gezegd: dat zagen we niet, want we zagen die vrienden nauwelijks nog). De gedachte alleen al deed ons plaatsvervangend omvallen van verveling.

Nu:
Samen hebben Floris en ik geen kroeg of club meer van binnen bekeken. Waarom eigenlijk niet? Voornamelijk omdat Luka het best bij mij en het op een na best bij Floris slaapt. We waren telkens niet aan een oppas toe en hebben ons in de tussentijd zo met Luka’s slaapritueel vervlochten, dat het met een eventueel nachtleven in de klit kwam. Of we dat erg vinden? Soms. Meestal niet. Lekker relaxed.

Ik ben zelf, geloof ik, één keer bij een vriendinnetje blijven slapen en één keer pas na middernacht bij man en kind in bed gekropen. Alle andere avonden lig ik buik aan buik met Luka, terwijl hij snurkend aan mijn borst lubbert. En dat vind ik heerlijk. De eerste negen maanden soesde ik zelf ook weg, moe van de dag die voorbij was en de nacht die voor mij lag. Tegenwoordig lukt het me steeds vaker om me van Luka los te rukken. Heel soms doe ik iets leuks buiten de deur, maar heel, heel vaak plof ik lekker knus naast de papa van mijn kind, op de bank. Niet met een dvd’tje, maar met een uitzending gemist of een boek. En een kopje kruidenthee. Stappen? Vast wel. Ooit. Maar nu even niet.

Uit eten gaat gelukkig wel. Lees hier hoe we dat de eerste keer deden.
Goede voornemens 1 – Ik zal blijven reizen