(4 maanden mama)

Het zullen er tien geweest zijn, misschien elf, de blauwe maandagen waarop ik als tiener gitaarles kreeg van mijn overbuurman. Een leuke hobby, vonden mijn ouders. Omdat zij mij liever zagen tokkelen met een plectrum dan tongen met de achterbuurjongen, probeerden ze me te stimuleren met een gloednieuwe cederhouten gitaar. Hij was prachtig. Zo mooi dat ik hem op maandag twaalf als een schilderij aan de muur hing. En er nooit meer afhaalde. Hij wacht nog steeds op een achterbuurjongen die erop wil tokkelen.

Hetzelfde dreigde nu te gebeuren met de kinderwagen van Luka.

Floris en ik kochten een tweedehands pericles via Marktplaats. Groot, zacht en blauw. Maar daar ging het ons niet om. Wij wilden hem vooral hebben vanwege de reiswieg. Die kon je in plaats van een maxi cosi gebruiken. De baby snoerde je met een buikband vast aan de wieg, en de wieg op zijn beurt met de gordel op de achterbank. Handig als de opa en oma van je baby in, pak ‘m beet, Duitsland wonen, zoals die van Luka. Dan hoefde je je niet zo’n zorgen te maken over baby’s nekwerveltjes, zoals bij een maxi cosi. Fijn. Vrolijk reden we met z’n drieën tot het zuiderste zuiden van Duitsland en Luka’s nekje deed het nog prima.

Maar ook als we niet op reis waren, deed Luka zijn dutjes in de wagen. Toen hij na zes weken uit zijn wiegje (van dezelfde opa en oma uit Duitsland) gegroeid was, moest hij kiezen: in zijn ledikantje op de kinderkamer of in de kinderwagen op papa en mama’s kamer. Ik maakte de keuze voor hem: hij bleef bij ons. Natuurlijk.

We waren blij met onze kinderwagen. Vooral Floris. Die wandelde ’s avonds rustig een uurtje rondjes om of door het huis om baby naar dromenland te sussen, of hij nam baby met wagen en al ’s ochtends vroeg door het park. Luka huilde dan maar heel kort en ik kon nog een keer om draaien. Na een halve nacht borstvoeding geven in de schommelstoel kon ik makkelijk een paar dagen, of een paar uur, doorslapen. Ik wel.

Luka sliep niet door. Dat gaf niet. Maar ik werd er wel moe van. En lui. Zo lui dat ik ’s nachts niet meer de moeite nam om de baby mee te nemen naar de schommelstoel, maar gewoon in bed voedde. En in slaap viel zonder hem terug in zijn wagen te leggen. Luka sliep soms de hele nacht niet in zijn mooie pericles.

Ook overdag zag hij de binnenkant van zijn wagen nauwelijks nog. Hij keek vooral uit op het spleetje tussen mijn borsten, de brede torso van Floris en van daaruit op de rest van de wereld. Wij snoerden Luka namelijk steeds vaker in een draagdoek. Op een goede dag waren Floris en ik overtuigd dat onze baby gelukkiger werd van onze lichaamswarmte dan die van zijn wollen dekentje. Hij huilde in de draagdoek helemaal niet, ook niet kort. Misschien hoorde dat korte huilen in de kinderwagen er toch niet bij, was Luka toch minder blij tijdens het wandelen dan we dachten. We kregen bijna spijt dat we onze baby überhaupt ooit in de wagen hadden gelegd.

En zo kwam het dat we onze kinderwagen aan de muur hingen. Naast de cederhouten gitaar. Daar hangt hij voortaan te wachten op een volgende baby die erin wil slapen. Maar alleen tijdens autoritjes naar opa en oma.

Ooit dacht ik niet zonder schommelstoel te kunnen. Lees hier het verhaal over de schommelstoel en hier meer over het samen slapen.