Dat er een zieltje in mijn buik woonde, of in ieder geval een mensje, een levend wezentje, een kindje, dat wist ik. Maar welke smaak bleef nog even een verrassing. Eigenlijk wilde ik zo min mogelijk weten. Niet omdat ik niet geïnteresseerd was, maar omdat ik niet te veel wilde laten meten. En meten is weten, dus wie niet wil meten, wil ook niet weten. In mijn geval althans.

Toekomstvoorspelling

Nou ja, ik dacht het trouwens wel te weten, hoor. Een meisje. Natuurlijk. Ooit had een wijs mens mij verteld dat ik een jongen en een meisje zou krijgen. Dat ik inmiddels twee jongens had rondrennen, betekende niet dat die persoon misschien minder wijs was dan ik hoopte, of zelfs een keiharde fantast/leugenaar/bedrieger, maar dat mijn eerstgeborene zich hierboven in het hemelrijk niet aan de afspraken wilde houden, en stiekem naar de aarde gereisd was om bij mij te incarneren. Dat had namelijk een ander wijs mens me verteld. Luka, springlevend en echt als hij is, telde dus voor de toekomstvoorspelling eigenlijk niet mee. Met het tweede jongetje, Jep, had ik een afspraak gemaakt toen ik nog een ongeboren ziel was, en met een meisje dus. En dat meisje, dat zat nu in mijn buik.

Toch een jongetje

Dus sprak ik altijd over ‘ze’. Tot ik begon te twijfelen. Misschien had de komst van Luka niet alleen de samenstelling van mijn gezin veranderd, maar alle puzzelstukjes van mijn toekomst door elkaar gegooid (geen irreële verwachting, gezien het aantal incomplete puzzels in ons huis), waardoor ook de afspraak met mijn ongeboren dochtertje ongedaan werd gemaakt. Of misschien hadden die wijze mensen mij onwijs bij de neus genomen. Misschien droeg ik toch een jongetje in mijn buik.

Ravottende jongens
Zou ik de moeder worden van drie jongens? Wilde ik dat wel? Drie ravottende jongens, met kapotte kleren en knieën, die zichzelf niet aan wilden kleden, maar wel de hele dag oorlogje voerden. Ineens zag ik overal families met drie meisjes. Drie meisjes met blonde gevlochten haren, strikjes en grote poppenoogjes. Giechelende grietjes met blozende wangetjes en zelfgebakken koekjes. Kalme meisjeskindjes die van groot naar klein op een rijtje aan tafel zaten te kleuren. Dat wilde ik. Maar dat zou ik nooit krijgen. Ik had immers al twee boeven rondrennen.

Jongensmama

Ik was verdrietig en boos op mezelf. Wees dankbaar voor wat je hebt, zei het stemmetje in mijn hoofd. Twee gezonde jongens, wat wil je nog meer? Nog een jongen erbij? Wat een rijkdom. Jongensmamma’s zijn stoer. Maar die vrouwelijke lijn dan? Die gouden lijn van overlevers, van sterke vrouwen die mij voor zijn gegaan? Zou die dan stoppen bij mij? Maar waarom? “Omdat jij jouw vrouwelijke lijn heelt, hij wordt bij jou afgerond” zei mijn lieve man.

Jaloezie

Ik besloot om mijn jaloezie naar andere gezinnen toe te laten. Maar hoe doe je zoiets? Ik wist het niet, maar deed het toch. En zo verdween het. Mijn jaloezie werd minder, de strenge blik op mijzelf werd zachter. Totdat ik tegen mijn baby kon zeggen: het is oké. Ik ben blij en trots dat ik je mag dragen en baren, of je nu een m of een v bent.

Naam

Dus stelde ik mij in op een jongen. Toen we een naam verzonnen hadden, begon hij in mijn verbeelding helemaal te leven. Ik kreeg meer en meer zin om hem te ontmoeten; mijn derde zoon. Wauw, wat een wonder was het weer. Ik noemde hem bij zijn naam en fluisterde in de hij-vorm lieve dingetjes in zijn innerlijke oren.

Erkenning

Mijn vriendinnen waren minder overtuigd van het jongetje dat in mij groeide. En toen de baby maar in stuit bleef liggen, kreeg ik het gevoel dat mijn kleintje zich misschien niet erkend voelde. Wat als het toch een meisje was? Ik begon hem/haar weer hij/zij te noemen. En kocht voor de zekerheid toch nog een oranje hydrofiel luier als aanvulling op mijn blauwe collectie babyspul.

Balletjes

Wat zou ik doen als de baby geboren was? Zou ik meteen naar het kruis kijken om te zien of er een puntje of een gaatje zat? Natuurlijk niet. Toen mijn baby in het bevalbad naar mij toe kwam drijven, kon ik alleen het mooie, lieve hoofdje zien. Donkerder en ronder dan mijn vorige baby’s. Anders op zijn of haar eigen manier. Ik viste de baby uit het water en hield hem/haar tegen mij aan. Knuffelen, vasthouden, dat kleine lieve blote glibberige lichaampje. Liefde overal. Tot Floris vroeg: “En? Is het een jongen of een meisje?” Ik voelde tussen de beentjes. Balletjes? Maar geen piemeltje? “Het is een… mmm… even kijken, meisje! Een meisje! Het is Numi!”

Dankbaar

Meteen veranderde mijn blik. Ik verwisselde de blauwe bril voor een roze. Floris kreeg een schok en voelde zijn universum omkeren. Vanaf nu was hij een meisjespapa. En ik een meisjesmama. En dat voelt toch wel anders dan een jongensmama. Net zo stoer, maar toch ook wel heel speciaal. En wat is het makkelijk om dankbaar te zijn voor wat ik heb. Twee boeven en een boevin. Hoera!

Lees hier hoe ik als meisjesmama met andere ogen naar de wereld keek.