RSS Feed

Mama in verwachting

De negen maanden die vooraf gingen in een paar kb’s.

Week 0 – achtbaan

Dag 1: kut, zwanger

“Zie je wel dat ik niet zwanger ben?” Een beetje geïrriteerd keek ik van Floris naar de test op de wc-vloer. “Oh, wacht even.” Ik draaide het staafje om. “Kut.”

“Je bent zwanger, lieve Drees.” Ik hoorde het wel, maar ook niet. Floris zei het zachtjes. Geschrokken misschien. Niet omdat hij niet wilde, of misschien wel omdat hij niet wilde. Of omdat hij wel wilde, maar wist dat ik niet wilde.

Inderdaad, ik wilde geen kinderen.

Ik wilde ver en vaak reizen, af en toe dronken worden bij Willens en wetens en beroemde boeken schrijven. Trouwens, ik was het type dat geen kamerplant in leven kon houden. Het type dat het al te veel moeite vond om een fatsoenlijke boterham voor zichzelf te smeren, laat staan -drie keer per dag, op gezette tijden want regelmaat is belangrijk- voor een kleintje. Een kleintje dat ook nog eens groot zou worden. Een baby kan nog schattig zijn, een beetje knuffelen en kirren. Maar datzelfde snoezige ding zou later zijn/haar huiswerk niet maken, te laat thuiskomen, zijn/haar bord niet leegeten, zijn/haar schoenen in mijn huiskamer laten slingeren, spijbelen, blowen, het beter weten dan ik, vuil ondergoed op de grond gooien en, helemaal getver, zijn/haar eigen seksualiteit ontwikkelen. En dat allemaal terwijl ik niet had kunnen reizen, feest vieren of mijn beroemde boek schrijven. Een ex-vriendje zei ooit dat ik niet zo negatief moest zijn over het krijgen van baby’s, dat ik dan het ongeluk over mijn toekomstige kinderen af zou roepen.

Ik vond mezelf gewoon realistisch.

Ik stak een sigaret op en schonk een biertje in. We waren eigenlijk al een paar maanden gezonder aan het leven, met minder alcohol en nicotine, maar nu klampte ik me aan mijn goede oude verslavingen vast.

“Nou, wat vind je ervan?” Floris zei weinig. Hij durfde niet zo goed, denk ik. De stoere, zorgzame en slimme Floris was ineens verstopt achter twee starende ogen die hun best deden rustig te kijken. “Dit is jouw beslissing,” vond hij. Zijn hand op de mijne. “Doe niet zo flauw. Het is ook jouw kind. Hier moeten we samen uitkomen.” Ik klonk als een reclamespotje.

Ineens vond ik mezelf verschrikkelijk naïef. Natuurlijk waren er al signalen geweest dat er iets was. Ik werd maar niet ongesteld. Niet echt in ieder geval, want ik bloedde al een tijdje heel licht. Daar was ik voor naar de dokter geweest. Ik had de dokter niet verteld dat ik ook last van mijn maag had, want dat leek mij een aparte klacht, voor een ander spreekuur, zeg maar. En dat mijn buik boller was, ja, dat gebeurde wel vaker als ik moest menstrueren.

Ik maakte de peuk halverwege uit. Het biertje smaakte me ook al niet. “Wat nu?” Eigenlijk wist ik wel dat er geen weg terug meer was. “Ik weet het niet, Drees. Enerzijds vind ik het wel mooi, wel bijzonder. Ik heb altijd zo vader willen worden, niet gepland, bedoel ik.” “Laat ik maar de dokter bellen.”

“Gefeliciteerd,” zei de dokter.

Dag 2: de huisarts

“Soms maak jij plannen met het leven en soms maakt het leven plannen met jou.” Hij zei het mooi. Poëtisch wel. Maar ik moest er even over nadenken. Ook of ik het nu fijn vond of niet dat we een antroposofische huisarts hadden. Al vrij snel was ik erachter dat de huisarts eigenlijk niet veel voor je kan betekenen als je in verwachting bent. Ik dacht dat hij nog een test zou doen om te bevestigen dat er inderdaad wat groeit. En zo ja, hoe lang dan al. En dat hij ons zou voorlichten over een eventueel plan B. Wat als we van de deal af zouden willen zien? Volgens hem moesten we gewoon even naar de verloskundige. Ja, hij kende er nog wel een.

Dag 4: de verloskundige

“Eens kijken of we het hartje kunnen horen.” Verloskundige Sylvie zette met een gedecideerde blik het koude echo-apparaat op m’n buik. Heel even dacht ik nog dat het allemaal een vergissing was. Maar daar kwam het. Als een paard op hol rende het geluid van de levende baby mijn wereld binnen. Daar was hij.

Echt.

Sjezus, ik schrok en kreeg meteen de slappe lach. Het klonk een tik hysterisch. Floris kuste me zachtjes, de schat. Als er dan toch een kind moest komen, zou hij in ieder geval een leuke vader hebben. Eentje met goede genen en lieve gewoontes. “Bijzonder he? En zo gaat hij nog 86 jaar door.” zei Sylvie. Ze bedoelde niet de kus van Floris, maar het hart van de baby.

Dag 5: de echoscopist

De echoscopist was zakelijker dan de huisarts en de verloskundige. “Als het misschien te veel voor jullie is, kijken we gewoon eerst hoe ver je bent, en dan praten we verder.”

De vinger op de zere plek. Tranen. Ze kwamen en kwamen. Toen ik op het scherm zag dat de baby al veel meer dan een zaadje was, maar al een hoofdje, armen en benen had, kwamen ze. Toen we het hartje nogmaals hoorden, kwamen ze. Toen bleek dat ik negen weken en vijf dagen in verwachting was, kwamen ze. Ik wist al dat ik al een paar weken heen was, ergens had ik misschien gehoopt dat ik zelfs al twaalf weken heen was, zodat abortus geen optie meer was. Maar er viel in dit stadium wel degelijk nog iets te beslissen.

Eigenlijk moest ik blij zijn. Ik wilde toch geen kinderen?

Dag 6: de beslissing

Hoewel de tranen nog lang niet opgedroogd waren, pakten we de kwestie vandaag wat pragmatischer aan. Floris trok een lijn op een A4-tje, van boven naar beneden. Links een plusje en rechts een minnetje, om de voor- en tegenargumenten van het krijgen van dit kindje eens keurig op een rijtje te zetten.

Links stonden krap twee argumenten, rechts een stuk of twaalf.

“Lijkt me duidelijk, lieve Floris.” “Wat?” “We houden de baby.” En zo zeiden we samen volmondig ‘ja’, ook tegen alle tegens. Het is waar: als je het leven eenmaal gevoeld heb, kun je er geen eind meer aan maken.

Dag 7: sushi

We vierden het begin van ons nieuwe leven met een bezoek aan de all you can eat sushi fabriek Sumo. Immers, rauw vlees en rauwe melk mocht ik niet, dat is voor verstandige zwangere vrouwen verboden. Dat weet iedereen.

Toen ik later die avond volgegeten bij Floris op de wc (we woonden nog niet samen, maar ik overwinterde bij hem) zat uit te buiken, zag ik dat de zwangerschapsscheurkalender (jawel, we gingen er nu helemaal voor) nog niet afgescheurd was. Normaal gesproken zou me dat een worst wezen, maar ik was nu in de fase dat ik van dag tot dag de ontwikkelingen bij wilde houden. Misschien zou ik dan sneller aan het zwanger zijn wennen. Bij de dag van vandaag stond: “Zwangere vrouwen kunnen beter geen rauwe vlees, melk en (let op) vis eten.” Oh, oh.

Even overwoog ik mijn vinger in mijn keel te steken.

Week 10 - gemiste signalen

De tekenen op een rij:

  • Al een half jaar eerder had ik mijn leven gebeterd, minder alcohol en nauwelijks sigaretten. Volgens de verloskundige was ik misschien onderbewust al ergens mee bezig.
  • Ik wilde salade, salade, salade eten. Floris juist stoofpot en stamppotten. Logisch, want het was hartje winter.
  • Ik had zin in spinazie en linzen. Daar zit foliumzuur in (was ik nu te laat voor).
  • Vorige maand in Marokko gebaarde de waarzegster een dikke, zwangere buik (volgens mijn zus).
  • Ook in Marokko: we zagen een groene heuvel met witte stippen. Het bleken ooievaars te zijn.
  • Ook in Marokko: de maan was wel drie dagen lang vol. We begrepen er niets van. Nu wel.
  • Ik had amper klachten gehad. Wat verstoppingen en hele lichte misselijkheid. Volgens de verloskundige wilde de baby heel graag bij ons. Het gevolg was wel dat bij mij het kwartje wel heel laat viel.

Week 11 – eng en bang

Als ik denk aan ‘voor altijd’, aan technische dingen die we moeten regelen, aan de serieuze ouders die we moeten worden… dan vind ik het wel eng. Maar ik word er niet bang van. Eng of bang, dat zijn twee verschillende dingen. Vraag maar aan Floris.

Week 12 – stress

Stress is slecht voor de baby. Zelfs zo slecht dat je net zo goed kunt roken tijdens je zwangerschap, het effect is hetzelfde. Maar ik heb wél stress. Kut kut kut. Ik mag niet stressen, ik mag niet stressen, ik mag niet stressen. Stress om de stress. Wat nu?

Week 13 – geen weg terug

“Ik ben helemaal geen moeder. En dat zal ik ook nooit worden. Ik voel niet eens iets voor dit kindje. Wat nu als ik nooit iets voor hem of haar ga voelen? Wat als ik niet van mijn baby kan houden? Dan hebben we pas echt een probleem.” Floris gaf me een zakdoekje. En zweeg.

Week 14 – huizen kijken

Ik zat dag en nacht achter de computer naar huizen te zoeken. Waar konden we ons nestje bouwen? Floris kreeg grijze haren van het idee dat we niet samen woonden voordat de kleine zou komen.

Week 15 – ruzie

We zouden iets leuks voor de baby kopen. We werden constant overladen met cadeaus van Jan en alleman, maar hadden zelf nog niets. Maar voor de deur van de winkel begon de ruzie. Ik was mega-jaloers dat Floris een opdracht in fucking Namibië, op fucking Valentijnsdag had en dat ik niet mee mocht. Ja, onredelijk ja. Misschien door hormonen. Veel tranen, geen cadeau.

Floris las ‘Help, ik heb mijn vrouw zwanger gemaakt’ van Kluun, en citeerde daar graag uit. “Als je vrouw een bui krijgt, doe dan als de woestijnnomaden bij een zandstorm: ga liggen en wacht tot het voorbij is, haha”. Maar in de praktijk ging hij helemaal niet liggen. Hij probeerde uit alle macht de storm de andere kant op te laten waaien. Kansloos natuurlijk.

Week 16 – bah

Ik was er klaar mee. De hele tijd chagrijnig en moe.

Week 17 – joehoe

Ik had zin om door de stationshal van Leiden Centraal te schreeuwen: “Joehoe, ik heb een baby in mijn buihuik!” Nee, dat heb ik niet gedaan.

Week 18 – bananenboom

In Artis voor werk. Te weinig gegeten. Bijna een onrijpe bananenboom geplunderd. En het fruit in het vlinderverblijf.

Week 19 – I feel you, baby

Had ik de baby gevoeld? In de auto naast Floris keek ik naar de volle maan en voelde heel licht getik, links tegen de buikwand (ofzo, in elk geval niet in mijn darmen). Alsof zeepsopbelletjes kapot knapten. Dat klopte met de scheurkalender, dus ja, het leek erop dat de baby het nog deed. En toen ik weer naar de maan keek, en weer. Het was buitengewoon, het was wonderlijk. Het was waar.

We hadden eindelijk een leuk huis gezien. Nu maar hopen dat de huisbaas het ons gunt. Als freelancer een huis huren- was namelijk helemaal niet zo makkelijk.

Week 20 – echo

Ik was heel gelukkig.

De twintig weken echo was een hoogtepuntje. We wisten altijd al dat de baby een meisje zou worden. We hadden ook al netjes een naam of twee, apart of samen te gebruiken. Maar ineens, vlak voordat de echoscopist het geslacht bekend zou maken, schoot door mijn hoofd: ik wil een jongen, ik wil een jongen. Laat het een jongen zijn. En: oh nee, dit mag ik niet denken, anders raak ik teleurgesteld als het geen jongen is.

Het werd een jongen.

Een jongen met een symmetrisch hoofd. Mevrouw raakte maar niet uitgesproken over het symmetrische hoofd van onze (wat klonk dat gek) zoon. Hoewel ik niet precies wist wat daar bijzonder aan was, gloeide ik van trots. Maar toen zei ze dat van die lange kin. Ik kreeg een visioen van een soort Tante Sidonia, maar dan als een jongensbaby. Zag er niet goed uit. Ik besloot dat de echoscopist maar wat kletste. Ze was vast jaloers op onze baby met symmetrisch hoofdje.

Oh ja, en het huis ging ook door.

Week 21 – konijn

De baby zou een konijntje worden, had ik gelezen, want 2011 werd het Chinese jaar van de konijn. Dat maakte van mij een tovermuts, vond Floris. Alleen jammer dat dit sterrenbeeld niet op scheen te kunnen schieten met het mijne (ik ben haan). Ach, ik geloofde toch niet in horoscopen.

Week 22 – bezorgd

Er was ineens iets met het hart, het hart van ons zoontje. Hij sloeg over. Meteen was er ook iets met mijn hart. Het klopte ineens in mijn keel. Ik voelde me bezorgd. Controle in het ziekenhuis. Het hartje was toch helemaal in orde. Ja echt. Maar nu was ik wel officieel een bezorgde moeder.

Week 23 – naam

Hoe zouden we hem noemen? Voor meisjes hadden we namen zat, maar voor een jongen? Wel een beetje apart, maar niet gek. Wel met een betekenis, maar niet te obvious. Alle namen in de namenboeken waren in ieder geval stom. Ik wilde iets met ‘licht’. Lucious, Lucce, Lucia (meisjesnaam en voor altijd besmet door Lucia de B., al was ze uiteindelijk onschuldig), Lucky (leuke hondennaam), Loekie (reclameleeuwennaam) , Luuk (te gewoon, helaas), Loek (dat is beter), Luka (Luka? Luka?)? Luka! Floris vond Luka ook leuk.

Week 24 – Singapore

Pfff, wat was het heet. Mooi, interessant, en heet. Voor het eerst in mijn leven was ik blij met winkelcentra met airco’s. Zonder die dingen was ik van mijn stokje gegaan, maar in plaats daarvan nipte ik uren achter elkaar ijscappuccino in de Starbucks, terwijl Floris voor gadgets shopte.

Week 25 – Maleisië

De stad ontvlucht richting bounty eiland Pulau Sibu. We hadden het idee dat we het er nog even van moesten nemen, voordat de baby er was. Maar als ik in het resortje om mij heen keek, zag ik vooral, eh, gezinnetjes. Goed, we onthielden deze bestemming voor later. Ik lag de hele dag op het strand te kijken of je mijn buik zag bewegen.

Week 26 – Samen Bevallen cursus

Samen Bevallen is een van de weinige pufclubjes waar je met je partner naartoe gaat. Dus zaten we woensdag in een kringetje met vijf andere dikke buiken, hand in hand met hun wat onwennige vriendjes/echtgenoten. Waarom de mannen hier waren? “Nou eh, het was eigenlijk het idee van mijn vrouw.” Goed idee zeg, van je vrouw.

Week 27 – reacties

Grappige reacties op mijn buik. Een beetje gek, maar mensen zagen me blijkbaar anders. Sommige mannen toonden een soort diep respect, die vonden dat zwangere vrouwen dichter bij de kosmos zaten (echt gehoord) en zagen je niet meer zo erg als lustobject. En oude mensen herinnerden zich misschien hun eigen geluk, aan hun dromerige blikken te zien. Gehandicapten staarden me na. Gezellig.

Week 28 – in de weg

Die buik begon nu wel in de weg te zitten. Bij het slapen, bij het seksen, bij het boodschappen doen. Ik kon niet eens één keer de Haagse Mart over lopen zonder pauze. Bij de Samen Bevallen Cursus leerde ik dat de baby inderdaad de longen en darmen weg begon te drukken.

Week 32 – zwanger zijn is leuk

Zo vrouw was ik nog nooit. Lekker rond en zacht, zonder pukkels, zelfs zonder poriën, maar met glanshaar. Doordat ik de hele dag in de zon zat, was mijn buik bruin en zat mijn kop vol sproeten. Althans, het hadden ook vlekjes van mijn zwangerschapsmasker kunnen zijn, maar hoe dan ook stond het me goed. Ik was gewoon prachtig. Zo. Ik heb het gezegd.

En volgens mij was ik niet de enige die dat vond. Ja, Floris ook, maar die teldeiet mee. Ik bedoel vreemde mensen op straat. Ik wilde ze aanstoten: “Kijk mij!” Ze keken ook. Bewonderende blikken, die ik met mijn meest liefdevolle oogopslag beantwoordde. Zodat ze, als ze die avond thuis zouden komen, tegen hun vriend/vriendin zouden zeggen: “Ik zag vandaag toch een mooi zwanger meisje. Zo wil ik ook wel in verwachting zijn.” En spontaan zouden ze een baby maken.

Groot gelijk.

Week 33 – Vlieland

Op Vlieland naakt gezwommen. Moet er raar uit hebben gezien. Toch keken de windjacks niet op.

Ik besloot dat ik in bad wilde bevallen. Dat kon in de Kraamkliniek in het Westeinde Ziekenhuis. Rondleiding gehad. Super. Alsof ik bij een hotel was. Alsof bevallen een soort vakantie zou zijn. Hm, ik had zo’n voorgevoel dat ik me zou vergissen.

Waarom in bad?

  • Minder grote overgang voor Luka, van water naar water; dezelfde consistentie, en temperatuur. Baby’s schijnen zelfs niet zo heel hard te huilen.
  • In het warme water zou je je weeën beter op kunnen vangen en beter ontspannen. 
  • Het scheen dat je makkelijker ontsluiting krijgt.
  • Floris kon mee het bad in, om ‘samen’ te bevallen. Misschien kon hij zelfs de baby opvangen?

Week 34 – nog even genieten

Oei, was ik eindelijk een soort van gewend aan het idee van een kindje, was mijn zwangerschap bijna voorbij. Het mocht van mij nog wel even duren.

Week 36 – nesteldrang

Probeerde de commode te schilderen. Mijn wereld werd wat kleiner. Boodschappen doen was al een heel avontuur. En Floris kreeg dat aan het eind van de dag in geuren en kleuren te horen. Verlof begon nu. Leve de Zelfstandig & Zwanger uitkering. Ik moest het er maar van nemen, dit zou voorlopig de laatste keer zijn dat ik betaald vrij was.

Week 37 – babyshower

Surprise, surprise! Vanaf nu mocht de baby komen.

Week 38 – ziek

Ziek. Balen. Vooral omdat ik bang was dat ik zou moeten bevallen en daar geen energie voor zou hbben.

Week 39 – niet ingedaald

Nog steeds geen Luka. Sterker nog, hij was nog niet eens ingedaald. Naar de gynaecoloog voor een echo. Sylvie vond dat niet echt nodig, maar het was protocol. Ik vond het wel fijn. De gynaecoloog wist niet zo goed wat ze met ons aan moest. De baby lag er prima bij. Hoofdje naar beneden. En volgens haar wel degelijk ingedaald. Ook goed.

Week 40 – uitgerekend

3 juli: grote dag

Vandaag was de grote dag… Helemaal niets gepland natuurlijk, maar Luka ook niet. Uiteindelijk maar bij Ikea en vrienden van Floris geweest. Ook leuk. Alleen voelde ik me soms een beetje lullig als mensen er zo’n nadruk op legden hoe goed het ging, hoe ‘makkelijke zwangerschap’ ik had of ‘hoe sterk’ ik was. Het leek dan alsof andere vrouwen waarbij de zwangerschap minder soepel verlopen was, iets verkeerds hadden gedaan ofzo. Hoe blij ik ook was dat ik weinig klachten had, ik geloofde niet dat dat mijn verdienste was. Het maakte mij in ieder geval geen beter mens of betere moeder.

Week 41 – ananashart

8 juli: ‘Wat wil jij vandaag doen?’ ‘Moeder worden. Jij?’ ‘Vader worden.’ Luka liet op zich wachten en mijn verlangen naar hem werd steeds groter. Daarom was ik maandag begonnen met een ananashart, liet mijn voeten masseren, dronk bitter lemon gedronken en liet Floris al een paar dagen op alle ‘verboden drukpunten’ knijpen. Oh ja, en we hadden elke dag seks.

Bij ieder krampje of zeurderig gevoel dacht ik: zal het nu zo ver zijn? En dat was best vaak. Ik visualiseerde, een idee van een vriendin, hoe hij eruit zou komen, deed leuke dingen om afleiding te zoeken, maar sliep ook veel, omdat baby’s zich meestal aandienen als je ontspannen bent. En het domste: soms wilde ik in mijn broek plassen omdat ik hoopte dat mijn water zou breken.

Week 42 – trukendoos

In mijn boodschappenmandje zaten vooral bitter lemon, tonic, cayennepeper en ananas. De trukendoos voor een spoedige bevalling ging open. Ik zat de hele dag te hupsen op de gymball die de fysio me, samen met het advies ‘je moet loslaten’ en een weeënopwekkende bindweefselmassage gegeven had, en probeerde stil te zijn en te focussen op de bevalling. En de baby.

Het mocht niet baten. Net als het strippen (dat de verloskundige of iemand anders met zijn of haar vingers in je doos rondroert) en intussen lag ik aan allerlei monitoren voor hartfilmpjes en echo’s. Ik maakte me nog geen zorgen, maar blijkbaar was het zo dat de baby niet te laat mocht komen. Niet meer dan twee weken te laat in ieder geval. Want hij was natuurlijk al laat. “Hij lijkt op z’n moeder, haha,” kreeg ik meer dan eens te horen. Heel lollig.

Het enige waar ik geen trek in had, was inleiden. Omdat ik bang was dat Floris er dan niet bij mocht zijn. Ik had altijd gedacht dat inleiden een kwestie van wat snufjes of spuitjes was, en gaan met die banaan. Maar het kon ook zomaar nog 24 uur duren.

15 juli: valse start

“Als je nog kunt lachen, zijn dit nog geen echte weeën,” zei Merwi, de verloskundige, “ga maar weer naar huis. Of wil je vast ingeleid worden?” We gingen naar huis. Kleine kans dat het nog zou gebeuren. De deadline was vandaag. Morgen stond de afspraak voor inleiding.

Om 20.30 braken mijn vliezen. Oh ja, nu had ik pijn. Oh nee, ik kon niet meer lachen. Of lopen. En ook nauwelijks puffen. En niet ontspannen in het bad. Weer uit het bad. Koud! Ontsluiting? Nee. Een teleurstellende 1,5 cm. Een prik voor de pijn. Overgeven. Wakker, slapen, naar de wc. Overgeven, puffen, overgeven. Dat ging niet samen.

Au.

Puffen. In plaats van ‘Al-tijd-is-kort-jak-je-ziek’ pufte ik korter: ‘dit-gaat-voor-bijijijij’. “Uitademen Drees, verder, verder.” Floris was lief. Hij hield mijn hand vast. En het kotsbakje. Overgeven en puffen te gelijk.

Au.

16 juli: Lieve Luka

Tijdens het persen piepte mijn telefoon. Reminder: baby inleiden. Het was niet nodig. Luka kwam op eigen kracht. Ik kreeg hem op de baarkruk.

 “Hé, ben je daar? Wat ben je glibberig. En knap!”

Zodra ik hem zag, wist ik: dit is een goede gozer. Ik vergat mijn zorgen over vervelende pubers.

“Welkom lieve Luka.”

6 reacties »

  1. Camille zegt:

    thanks for sharing such great article. i appreciate the post. keep posting more.http://www.cartuchoshp.net

  2. sjaak zegt:

    In één adem met grote glimlach gelezen. Indrukwekkend en heel mooi!

  3. Sandra zegt:

    Wat een mooi blog! Veel dingen heel herkenbaar, kun je hier niet je beroemde boek over gaan schrijven: gewoon realistisch zwanger/bevallen/voeden/onzekerheden?

  4. Clem zegt:

    this will help me into understanding more about this subject.http://www.gschwab.com

  5. Stella zegt:

    Ik heb dit echt met dikke tranen, pijn in me buik gelezen, ha ha ha wat een humor heb jij er van gemaakt joh !!! Ieder geval, van harte met die kleine rakker van jullie.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>