Een tekening van een baby die in een bevalbad geboren wordt

Mijn buik dobbert in ons prachtige bevalbad. Fijn. Eindelijk. De baby, zijn vader en ik hebben op dit moment gewacht. Samen fantaseren we al weken over een serene bevalling met kaarslicht en romantische muziek. Nou ja, ik kan in ieder geval zeggen dat ik in het water gezeten heb, of de baby hier nu in ter wereld komt of niet. 

Hoe veel uur is het geleden dat mijn vliezen plopten? Dat Luka en ik in een plas vruchtwater in bed lagen? ’Boefie?’ had ik gefluisterd en hij had vragend van mijn borst opgekeken. Was gestopt met drinken. ’Ik denk dat de baby nu komt. Wil jij even naar papa lopen en zeggen dat mama’s water gebroken is?’ ’Oké,’ had mijn grote jongen dapper geroepen. Gevolgd door een vrolijk: ’Papa! Mama’s flesje is gebroken!’

Dat was vrijdagavond om 22.00 uur. Inmiddels dertig uur geleden.

Te lang. De bevalling had binnen 24 uur op gang moeten zijn. Anders word je ’medisch’, zoals dat heet. Niets romantische thuisbevalling, niets bevalbad, niets kaarslicht, maar witte jassen en protocollen. Leek me niets. Daarom zouden we de natuur een handje helpen. De hele trukendoos was open gegaan: voetreflexologie, handmassage, tepelstimulatie (borstvoeding aan Luka) en acupunctuur. Intussen bleef ik afwisselend wandelen en ontspannen, terwijl ik me volpropte met ananasharten, pepers en bevallingsthee. Ja hoor, er was weer een wee of twee voorbij gekomen, maar nog geen baby. Welnee.

’Bedenk me ineens dat ik nog een homeopathisch middel heb dat kan zorgen voor golvingen,’ had mijn telefoon gisteravond om 22.30 ineens gepiept. Floris was op de motor gestapt en naar Delft gecrosst, naar doula Salima, onze hypnobirthing-juf. Tegen beter weten in, zou je kunnen zeggen, want onze ’deadline’ was precies een half uur daarvoor verstreken. We waren dus inderdaad officieel medisch.

Ik golf bijna het bad uit, maar dat weet niemand. Ik zie er uiterlijk precies zo uit als de dames op de mooie hypnobirthingfilmpjes op youtube. Rustig, sereen, bijna sexy. Ogen dicht, en alle spieren in mijn gezicht ontspannen, ontspannen, ontspannen. Met mijn adem blaas ik in mijn buik een oranje ballon op, om mijn baarmoeder de ruimte te geven. In stilte tel ik snel tot twintig, en laat de ballon weer leeglopen, psss, via het tuutje in mijn vagina. Braaf visualiseer ik wat ik bij de zwangerschapscursus geleerd heb. ’Bel de verloskundige maar,’ zeg ik tegen Floris.

Hij kijkt geschrokken naar mijn rode gezicht. De tranen stromen tussen de weeën door. Ik jank als een zeehond. ’Laat me nu maar!’ blèr ik, ’ik mag toch wel effe janken,’ en hap naar adem. Laat mijn stem een octaaf zakken: ’Dus ze komt niet. Ik begrijp het. Maar eh, Floris? Zijn we niet te beleefd? Wil je alsjeblieft je trots opzij zetten en nog een keer bellen? Vraag of ze toch wil komen om alleen maar te toucheren.’ Ik weet zeker dat ik al heel veel ontsluiting heb. Floris pakt gehoorzaam zijn telefoon. ’Jullie zijn stout. Ik kom wel even,’ zegt verloskundige Sylke.

Drie centimeter. Prima, maar niet genoeg voor paniek. Helaas. We mogen naar het ziekenhuis. Net als ik me neerleg bij een gynaecologische bevalling, blijkt het Westeinde vol te zijn. Er is geen gaatje meer in de verloskamers te vinden. Ik wil niet te vroeg juichen, maar: hoera!

Terwijl we op een telefoontje van het ziekenhuis wachten, ontspan ik me helemaal suf. Ik stuur Sylke en Floris naar de bank en visualiseer een bloeiende roos in mijn doos. ’Ik ga open, helemaal open, voor jou. Kom maar hoor’, zeg ik tegen ons baby’tje.

We besluiten naar het Bronovo te gaan. Floris haalt de auto en parkeert hem met knipperende lichten op de Zuiderparklaan. Voor de deur parkeren is geen optie, omdat de straat open ligt.

Ik lig inmiddels ook helemaal open, merk ik, als ik moet poepen. Persdrang! Vijf centimeter ontsluiting.

Tussen de golvingen door proberen Sylke en Floris mij het bad uit te hijsen. Ik wil niet, maar het moet wel, we gaan immers naar het ziekenhuis. Sjesus, wat is dat bad hoog. De zwaartekracht overvalt me. Ik zak ineen, tot ik op handen en knieën over het laminaat hang. De golvingen worden een tsunami. ’Ik moet POEPEN!’ gil ik uit. Ik weet heus wel wat dat betekent.

De verloskundige weet dat ook. Ze knikt. ’Oké, we gaan helemaal nergens meer naartoe.’ Weer proberen Sylke en Floris mij omhoog te hijsen, maar dit keer het bad in en dit keer wil ik wel. Terwijl ik overspoeld wordt door de persweeën, dringt tot mij door wat ik de hele tijd al wist: onze zoon gaat hier thuis geboren worden, in dit bad.

Floris haalt ’nog even snel’ het koffertje van de verloskundige, terwijl ik hem verbied om onze eigen auto te verplaatsen. Dan maar een bon voor fout parkeren op de Zuiderparklaan. Ik hoor Sylke foeteren op het antwoordapparaat van de kraamzorg, die zou moeten komen assisteren. Ze zijn totaal onbereikbaar. Het ziet er naaruit dat Floris, Sylke en ik met z’n drietjes zijn.

’Ik mag niet persen toch?’ vraag ik voorzichtig, met in mijn hoofd de verhalen van alle vriendinnen die met negeneneenhalve centimeter nog hun persdrang weg moesten puffen. Maar ik mag van Sylke ’best een beetje meedoen hoor,’ dus druk ik uit alle macht naar beneden. Terwijl Floris lieve woordjes en affirmaties in mijn oor fluistert, schreeuw ik de hele buurt bij elkaar.

’Drees, als je naar beneden kijkt, kun je je zoon aanpakken,’ klinkt het van heel ver weg. Ik land weer op deze aarde. Na vijf uur lang gesloten te zijn geweest, openen mijn ogen zich. Ze zien hem. Door een witte golf verschijnt onze zoon. Hij kijkt mij recht aan, alsof hij mij herkent. Zijn knuistjes strekken zich naar mij uit en zwemmen omhoog. Ik kan niet anders dan hem omarmen en nooit meer loslaten. Welkom lieve Jep. Wat een geweldig avontuur. En dit was nog maar het begin!

Lees ook ‘Bevallen doet heus geen pijn‘.

PS voor wie het zich afvraagt naar aanleiding van deze blog over pijnloos bevallen: sorry, de bevalling deed wel degelijk pijn. Maar ik blijf oefenen met hypnobirthing.